Een persoonlijk verhaal

Wanneer er in de media gesproken wordt over een “ADHD-epidemie” of over Ritalin als “kindercoke” waarmee kinderen met ADHD gedrogeerd worden, gaan mijn nekharen rechtovereind staan… Als moeder van een 9-jarige zoon met ADD weet ik hoe groot de impact van deze aandoening is op het leven van ons kind en op ons gezin.

Al een aantal jaar geleden sprak een kinderpsycholoog haar vermoeden uit dat bepaalde eigenschappen van onze zoon zich waarschijnlijk zouden gaan ontwikkelen tot ADD. Op dat moment hadden wij geen behoefte aan onderzoek en diagnostiek. Hij was gewoon wie hij was en wat ons betreft helemaal oké.

In de jaren daarna, kwamen er steeds meer problemen. Omdat hij zo opging in zijn eigen gedachten, konden wij als ouders steeds moeilijker contact met hem krijgen. Vragen die wij hem stelden, drongen niet tot hem door en moesten we vaak herhalen. Ook uitstapjes maken of op visite gaan met ons gezin, leidde vaker tot spanningen en strijd. Omdat hij al zo druk was in zijn hoofd, kon hij er zulke dingen gewoon niet bij hebben. Hij trok zich steeds meer terug en wilde het liefst door iedereen met rust gelaten worden. Hij nam geen initiatief meer om speelafspraakjes te maken met vriendjes. Hoe drukker hij in zijn hoofd was, hoe groter zijn drang was om te bewegen. Dit is voor hem een goede manier om “zijn overvolle emmer wat leeg te laten lopen”. Wel lastig als je in gezelschap bent van andere mensen die vragen gaan stellen omdat ze je gedrag niet begrijpen…

Op school namen de zorgen over zijn leren en ontwikkeling toe. Zijn aandacht was maar kort vast te houden. Zo vertelde een leerkracht dat hij tijdens een dictee bij ieder woord moest zeggen: “Let op, daar komt er weer één!”. Deed hij dat niet, dan miste onze zoon meteen het woord. Meervoudige taken kon hij niet aan. Een opdracht als “Pak je boek, open het op pagina 32 en maak het tweede rijtje sommen”, was met zo’n vol hoofd niet te volgen. Onze zoon vertelde ons dat hij zich tijdens zelfstandige opdrachten vaak te laat realiseerde dat hij nog niks gedaan had. Hij was dan de hele tijd afgeleid geweest door zijn eigen gedachten. Zulke ervaringen op school leverden hem veel frustraties op. En deze frustraties leidden tot boze buien thuis.

Onderzoek bevestigde de vermoedens, onze zoon heeft ADHD, het overwegend onoplettendheid type, ook wel ADD genoemd. Bij het bespreken van de uitslagen van de onderzoeken, kwam ook de optie medicamenteuze behandeling ter sprake. Wilden we dat wel? Medicatie geven aan zo’n jong kind is natuurlijk niet ideaal… Maar zou het zijn ontwikkeling niet ten goede komen als hij zich beter zou kunnen concentreren en daardoor beter kon leren? We besloten om het te proberen.

Begeleiding door de GGZ is natuurlijk een mogelijkheid. Prima natuurlijk maar wat ons betreft alleen als het echt niet anders kan. Toen we hoorden dat huisarts Rob Arts van Spectrum Medisch Centrum affiniteit heeft met deze kinderen en vanuit de huisartsenpraktijk onze zoon kon helpen bij het instellen op medicatie, zagen we dat meteen zitten. De begeleiding door een huisarts is vertrouwd, laagdrempelig en de lijnen zijn kort.

De medicatie werd rustig opgebouwd en er werd de tijd genomen om te zoeken naar de juiste dosering. In die periode hadden we regelmatig contact met de huisarts. Samen met onze zoon bezochten we het spreekuur en tussendoor hielden we hem per mail op de hoogte. We kregen op die manier ook snel antwoord op onze vragen. Inmiddels is onze zoon alweer een aantal maanden goed ingesteld op de medicatie en hoeven er minder vaak contactmomenten plaats te vinden.

Kinderen met ADHD of ADD zijn niet “gewoon druk” of “dromertjes”. Het zijn kinderen die veel moeite hebben om te voldoen aan de eisen die in het dagelijks leven aan hen worden gesteld en voor wie een gewone schooldag topsport is. Ze hebben dagelijks te maken met onbegrip en kritiek vanuit hun omgeving. Voor sommigen van hen kan medicatie een groot verschil maken. Onze zoon heeft er gelukkig veel baat bij. Hij kan beter meekomen op school en kan thuis meer hebben. Wanneer we hem nu vertellen dat we ergens naartoe gaan, zegt hij: “Oké!”.